Franse trommelstijl

Vanaf het koningsschap van François I (1515-1547), tot aan de oorlog van 1870, werden de franse veldslagen met muziek begeleid. Door de afwezigheid van elk andere vorm van communicatie, regelden de tamboers en de pijpers de discipline, de krijgsdienst en de manoeuvres. Er gaan veel heroïsche verhalen de ronde van tamboers die een rol speelden bij het waarschuwen van hun leiders, maar ook van hen die sneuvelden op het slagveld. In feite waren deze mannen meer militair dan muzikant, hun functie was puur strategisch en hun leven stond in het teken van de dienstplicht en het bijbehorende lijden.

Franse Trom - Trommelgroep RadacIn het leger speelde de ‘clique’ (tamboers en pijpers) een essentiële rol. Net als de overige soldaten zijn zij onderworpen aan plichten en de hiërarchische orde van het regiment. Hun dagelijkse leven wordt, net als bij alle overige regimenten, bepaald door precies omschreven regels en door traditie overgeleverde gebruiken.
De beschikbare werken voor de pijpers waren zeer beperkt, aangezien hun rol uitsluitend functioneel diende te zijn. Omdat ze doorgaans niet in staat waren genoteerde muziek te ontcijferen, moesten ze hun repertoire auditief overleveren. Het gevolg was dat een groot gedeelte daarvan definitief kwijt geraakt is. Er is bijvoorbeeld geen enkele “marche de nuit” overgebleven, terwijl elk regiment van de infanterie toch zijn eigen mars bezat, helaas. De enig overgebleven werken waarover we nu nog beschikken, zijn ons overgedragen middels de ‘ordonnances’ (officiële documenten), bedoeld om het slagwerk van de verschillende regimenten te uniformiseren. Er zijn slechts 17 handgeschreven partituren overgebleven van het authentieke repertoire, waarvan men later zegt dat het uit de tijd van Napoléon stamt.

Vroeger betekende ‘tambour’ de bespeler, tegenwoordig bedoelen de Fransen met ‘tambour’ de trommel.
Van de Napoléontische trommelaar werd niet veel technische bagage vereist. Hij heeft niet de functie om te behagen. De slagen die hij speelt spelen echter een belangrijke rol bij het functioneren van de bataljons..
Ze dienen drie doelen: de krijgsdienst (reveil, alarm, verdelingen, …), de discipline (verzamelen van de troepen, inspecties, lichten uit, …) en de manoeuvres (in de maat lopen, staakt het vuren, terugtrekken, …).
Het reglement voorziet in 2 tamboers per compagnie (ongeveer 140 man), dat wil zeggen een stuk of 50 tamboers per regiment. Teneinde zich te bekwamen in de technische beheersing en zijn kennis van het gebruik van elk slagfiguur ten dienste van de omstandigheden, schoolt elke tamboer zich dagelijks in het trommelspel, waar de korporaal-tamboer de instructies leidt, onder het toeziend oog van de tamboer-majoor.

Dagelijks worden meerder tamboers aangewezen om zich bij de troepen te voegen. De ene tamboer houdt zich gereed om in geval van nood zijn alarmslagen te laten horen, een ander is van de vroege ochtend tot het doven van de lichten bezig de organisatie van het regiment te regelen.

Erg hoge technische eisen werden er destijds niet gesteld. Het slagwerk van de ordonnances was eenvoudig en de trommels werden op het veld aan dusdanige klimatologische contrasten blootgesteld dat van een werkelijk artistieke muzikale praktijk geen sprake was. Het was belangrijk om op een identieke manier te slaan zodat de troepen volgens de orders konden manoeuvreren. Daarbij dienden de tamboers zich een uniformiteit van handelingen eigen te maken die overeenstemde met de militaire wereld.

Een van de oudste uitgaven met trommelmuziek stamt uit 1705. Dit manuscript van André Danican Philidor heet Partition de plusieurs marches et batteries de tambour. Het voegt de trommels en de pijpers samen in het gebruik in de Franse en de buitenlandse legers. Marsen als La Générale de la Garde Françoise en Marche des Mousquetaires komen hierin voor.

In 1774 verscheen er een publicatie getiteld l'Instruction des tambours et diverses batteries de l'ordonnance, geschreven door Marguery. De in deze publicatie beschreven slagen zijn echter zo goed als onleesbaar. Een andere belangrijke uitgave voor de Franse trommelschool was het boek Théorie pour apprendre à battre aux tambours suivie des signaux du tambour-major pour les différentes batteries, d'après l'ordonnance du 4 mars 1831, uit 1833. Auteur: Marguery, waarschijnlijk de zoon of kleinzoon van de oude Marguery die hierbij kennelijk de fakkel van een tamboersdynastie over heeft genomen.

De uitgave van deze Marguery 'junior' is hoe dan ook een belangrijk document. Het is de eerste theoretische beschrijving van de praktische manier van trommelspel aan het begin van de 19e eeuw. Voor het eerst beschrijft de ordonnance van 1831 de slagen op de trommel tijdens de manoeuvres van de infanterie. Het systeem van de notatie is verre van handig, met name voor wat betreft de voorslagen, de coups de charge en de verschillende roffels. Vaak werden slagen vereenvoudigd, sommige andere, de diane bijvoorbeeld, waren onspeelbaar.

Frans - Trommelgroep Radac

Om de tamboers en hun instructeurs te helpen, besloot Marguery 'junior' een zakuitgave te schrijven getiteld in-32, een waar instructieboek voor de trommelaar. Deze theorie bevat geen enkele partituur maar slechts een serie klank voorbeelden die bij de taboers bekend waren : ta, da, fla, rat, ra-dac. Het is weliswaar absoluut onmogelijk zich een beeld te vormen van deze slagen, als men ze niet al daarvoor gehoord heeft. Maar de grote verdienste van Marguery 'junior' is, dat hij elk van de meest gebruikte slagen van toen exact heeft weten te ontrafelen, waardoor wij ons een goed beeld kunnen vormen van de technische interpretatie.

De marsen van Alexandre Raynaud (1876-1959), Chef-Tambour van de Republikeinse Garde van Parijs in 1902 en Tambour-Major van 31e Regiment van de Infanterie van 1904 -1918, nemen in het repertoire van RADAC een belangrijke plaats in vanwege hun kwaliteit en originaliteit. Van hem zijn onder andere de volgende trommelmarsen: La Marche du Père Lafond, La Monstrueuse, Rigodon Panaché en Marche-Coulé.

Zwitserse trommelstijl

Als we het over de Zwitserse trommelstijl hebben, moeten we eigenlijk eerst onderscheid maken tussen de moderne Zwitserse stijl en de Basler stijl. De Basler stijl is de traditionele manier van spelen zoals die zich vooral in de stad Basel heeft ontwikkeld. Mede door haar geografische ligging en door de vestiging van Franse (ex-) militairen is er een unieke stijl ontstaan. De moderne Zwitserse stijl is de traditionele speelstijl aangevuld met invloeden uit de Amerikaanse en Schotse speelstijl. De moderne stijl kom je tegenwoordig vooral op de trommelconcoursen tegen.

Zwitserse trom - Trommelgroep RadacOok de traditionele Basler trommelstijl kent z'n oorsprong in de militaire wereld. Net zoals de Fransen en Schotten gebruikten de Zwitsers de trommel voor het geven van signalen, marcheren etc. Naast dit functionele gebruik wordt de trommel samen met pijperfluiten vooral in Basel voor allerlei feestelijkheden gebruikt. Het hoogtepunt voor de traditionele trommelaars is dan ook de jaarlijkse Fasnacht. Een evenement dat te vergelijken is met ons carnaval. Honderden trommelaars en pijpers komen 's ochtends samen in de stad Basel om daar vervolgens vanaf klokslag 04:00 uur tegelijk de traditionele mars Der Morgestreich te spelen.. Vervolgens trekken de diverse "cliquen" (groepen) door de stad tot de zon opkomt.

De moderne Basler trom is een messing (verchroomde) ketel met een diameter van ongeveer 16 inch die met een touw bespannen wordt. Van oorsprong gebruikte men kalfsvellen maar tegenwoordig wordt voornamelijk kunststof (kevlar) gebruikt. De snaren bestaan uit een combinatie van darmsnaren en metalen snaren. De darmsnaren zijn wat grover en zijn vooral bedoelt voor de sterke dynamiek, de metalen snaren zorgen er voor dat ook tijdens de zachte gedeeltes de trommel blijft aanspreken.

Een persoon die in dit verhaal niet mag ontbreken is Dr. Fritz Berger (1895 - 1963). Hij was een jurist uit Basel die een enorme invloed heeft gehad op de Basel trommel stijl. In 1928 schreef hij de eerste drummethode waarvoor hij een notatie had ontwikkeld. Door deze notatie werd het ook buiten Basel mogelijk om de trommel composities te spelen. Voorheen maakte men gebruik van voor en naspelen en een soort hiërogliefenschrift. Bovendien schreef Berger een groot aantal composities en nieuwe arrangementen bij bestaande pijperliedjes. Hij legde hiermee de basis voor de stijl zoals we die tegenwoordig kennen.
De traditionele trommeltechniek bestaat eigenlijk voornamelijk uit een groot aantal basis figuren, de zogenaamde 'Grundlagen', die samen een compositie of mars vormen. Behalve dat de Zwitserse stijl een aantal figuren kent die we niet in andere stijlen tegen komen, b.v. de "doublé" of de "Coupe de Charge" is vooral de timing zeer uniek. Collectief wordt (onbewust?) besloten om bepaalde figuren iets sneller te spelen of juist iets breder. Dit soort vrijheid in de interpretaties maakt het dat de muziek muzikaal gezien op een bijzonder hoog niveau staat.
 
Zwitsers - Trommelgroep Radac

Schotse trommelstijl

Schotse trom - Trommelgroep RadacEvenals bij bijna alle traditionele trommelstijlen vind ook de Schotse stijl zijn oorsprong in het leger. De trommels waren bedoeld om de vijand te imponeren en de medestrijders moed in te boezemen. Wanneer de trommels nog klonken was de vlag veilig.
Aanvankelijk waren er alleen tamboers, later werd de combinatie doedelzak en trom geïntroduceerd. In 1796 wordt in de literatuur voor het eerst gerefereerd aan trommels in combinatie met doedelzakken en in 1854 kreeg een Schots regiment officieel toestemming om vijf "bagpipers" in de gelederen op te nemen, maar men denkt dat de combinatie al veel eerder onofficieel gebruikt werd. De eerste officieel erkende "pipeband" is van rond 1854.

Alex Duthart - Trommelgroep RadacOmdat men nieuwe technieken had ontwikkeld waarbij men een trom kon spannen zonder touwspanning was het mogelijk de vellen steeds strakker op te spannen tot aan de tegenwoordige "high-tension drums". Dit zijn zeer strak bespannen trommels met onder beide vellen een snarenmechaniek. Het geluid van de trom is zeer hoog en scherp zodat het over een lange afstand draagt. Deze trommels hadden twee voordelen. Enerzijds waren bepaalde technische figuren makkelijker te spelen en anderzijds was de balans en samenklank met de doedelzakken beter omdat het diepe geluid van de trommels verdwenen was. Het begon in de jaren vijftig de mode te worden om steeds complexere ritmiek en figuren te gebruiken waardoor alle maten volgepropt werden en de noodzaak ontstond om de roffelfiguren steeds dichter te maken. Hierdoor ontstond de pressroll zoals die nu gebruikt wordt.

Een belangrijk persoon voor de ontwikkeling van het moderne Schotse trommelen was Alex Duthart, die niet alleen geïnteresseerd was in de eigen Schotse traditie, maar ook keek naar de allround slagwerkers en bijvoorbeeld de trommelcultuur uit Basel. Onder andere door zijn contacten met Fritz Berger uit Basel en het schrijven van vele arrangementen en trommelmethodes beïnvloedde hij de ontwikkeling van het trommelen in Schotland.
 
Schots - Trommelgroep Radac

Amerikaanse trommelstijl

De Amerikaanse trommelstijl ( rudimental drumming ) komt voort uit de militaire traditie en speelt daar tegenwoordig nog steeds een zekere rol. Ook in de historie van dit land ( bijv. tijdens de Burgeroorlog ) had de trommel in het leger een signaalfunctie en ieder regiment had dan ook een of meerdere tamboers in dienst. Bepaalde slagen ("calls") kondigden een bepaalde actie aan, zoals "aanvallen", "terugtrekken", maar ook iets alledaags als "opstaan" en "etenstijd" werd door de trommel aangekondigd. Om een regiment gelijk in de pas te laten lopen, bleek de trommel eveneens een ideaal hulpmiddel. Dit leidde tot het ontstaan van de militaire trommelmarsen, waarin de trommel vaak in combinatie met de ( pijper ) fluit werd gebruikt.

Amerikaanse trom - Trommelgroep RadacDe Amerikaanse trommelschool is in principe gebaseerd op 26 basisfiguren zoals flams, ruffs, drags en paradiddles, de zogenaamde rudiments, waaraan deze trommeltechniek tevens zijn naam ontleent. Zoals de Verenigde Staten een smeltkroes is van verschillende culturen zijn ook in deze rudiments enkele uit Europa afkomstige trommelfiguren te herkennen. Toch heeft deze rudimental techniek zich verder ontwikkeld tot een stijl met een duidelijk eigen karakter die bovendien de basis heeft gevormd voor de hedendaagse trommeltechniek zoals die in het grootste deel van de westerse wereld nog steeds wordt toegepast.

Naarmate de trommel in de twintigste eeuw in het leger een minder nadrukkelijke functie kreeg, werd de trommel buiten het leger steeds populairder. Zo had iedere high school een eigen drumcorps waarin trommels met vooral koperen blaasinstrumenten werden gecombineerd. De militaire muziek werd steeds meer verdrongen door populair repertoire dat bestond uit originele composities ofwel arrangementen van bestaande muziek.

De touwbespanning van de trommels was begin twintigste eeuw al verdrongen door metalen spanschroeven. De diepere klank van weleer is mede hierdoor veranderd in een hogere en fellere klank, maar vooral ook door de introductie van de zogenaamde high tension snaredrums, diepe trommels met een zeer hoge velspanning en vaak tevens een snarenmechaniek onder het slagvel.

Door toevoeging van meerdere bassdrums, bekkens, tenordrums en tomtoms zijn de muzikale mogelijkheden sterk uitgebreid en is het technische en muzikale niveau van met name de Amerikaanse drumcorps explosief gegroeid. Op speciaal georganiseerde wedstrijden proberen de diverse bands ook door het inbrengen van veel showelementen elkaar de loef af te steken.

Ondanks deze (r)evolutie van instrument, repertoire en hun functie is de Amerikaanse trommelstijl in principe nog steeds gebaseerd op de 26 rudiments uit de militaire traditie, zodat we ook vandaag nog spreken van rudimental drumming.
 
Amerikaans - Trommelgroep Radac

Uit ons repertoire...

Frankrijk:
  • Marche du Père Lafond et La Monstrueuse - Alexandre Raynaud
  • Retraites Françaises - overlevering
  • Le Train - Dante Agostini

Zwitserland:
  • Radac Tagwacht - Fritz Berger
  • Pumperniggel - Hans Haefelfinger
  • Globitrotter - Roman Lombriser

Schotland:
  • Drumfanfare #1 - Jim Kilpatrick
  • Drumsalute - W. Black
  • Drumfanfare - David Brown

Amerika:
  • Gemini Rothis - Jim Corcoran & Josh Black
  • Teamwork - Mitch Markovich
  • Electric Wheelchair - Murray Gusseck